We vertrokken om 4uur ’s nachts richting het weeshuis. Na een lange trip van 10uur kwamen we aan bij de bananenboer, waar we een maaltijd konden nuttigen.
Gebakken bananen met rijst en puree en vlees. En een frisdrank.
Nadien nog een laatste half uurtje rijden en we kwamen aan in het weeshuis. De kindjes stonden ons al op te wachten en begonnen te zingen toen we aankwamen.
Alvera (de vrouw die het weeshuis runt) is reeds in de 60 jaar, en doet dit al meer dan 30 jaar zonder ooit één dag verlof te hebben of eens buiten het weeshuis te komen. Onvoorstelbaar.
Er leven ongeveer 25 kinderen. Allemaal zo klein en arm. Ze lopen echt in voddekes rond. Triest om te zien wel.
We hadden speelgoed meegebracht (auto’s en ballonnen en bellenblaasdingen) en lekstokken. Je moest hun gezichtjes gezien hebben. Zo gelukkig dat ze waren!
Ik heb Rafiki gefilmd toen hij zijn lekstok aan het opeten was. Dat had ik nog nooit gezien. Met zoveel smaak en zo genieten dat het kind deed. Het is prachtig om te zien.
Ze speelden een hele namiddag met de autootjes en bliezen honderden bellen. Wat een feest! We hadden al gauw vriendjes gemaakt, en ze bleven natuurlijk aan onze rok hangen. Hoe zou je zelf zijn.
Toen haalde ik mijn babydoekjes boven en gaf hen een fikse schoonmaakbeurt, want dat hadden ze heel hard nodig. De snottebellen hingen verdroogd aan hun gezicht. Hun bruine lijfje zag niet meer bruin, maar grijs van het stof en vuil.
Ze genoten ervan. En roken toch wel een beetje frisser.
Nadien gingen we een bezoekje brengen aan het plaatselijk schooltje. Tip top in orde naar mijn mening. De kleuterklas had veel meer materiaal dan hier in Igunga. Dat is ook niet moeilijk natuurlijk, want hier is echt NIETS.
Het waren Italianen die dat gesponsord hadden, maar het was allemaal zelfgemaakt materiaal, dus Katlijn kon ideetjes opdoen.
Nadien kregen we een zeer rijke maaltijd. We hadden dit helemaal niet nodig, en de kindjes hadden het waarschijnlijk meer nodig. Maar zo zijn ze hier nu eenmaal. Het beste wat ze hebben geven ze weg. We kregen aardappelen, rijst, pasta, bananen en kip. EN frisdrank. We waren heel moe van de lange trip, maar onze avond was nog niet ten einde.
Om 9uur kwamen alle kinderen van het weeshuis binnen en begonnen een optreden te geven. Ze hebben wel meer dan een uur gezongen. Maar het was enorm leuk om te zien! We moesten ook met hen meedansen. Om half 11 was ik doodop en wou ik gaan slapen. Maar de kindjes zaten nog steeds rondom ons. Ook de kleine prutskes van 2/3 jaar. Die waren uitgeteld natuurlijk, maar Bram vertelde ons dat die nooit vroeg gaan slapen. Altijd maar om elf uur.
’s Ochtends zijn ze dan ook zeer vroeg wakker. Om 6uur hoorde ik al kindjes rondlopen. Niet te geloven hoe ze het doen, zo weinig slaap.
We vertrokken om 8uur ’s ochtends terug richting Igunga. Er was een klein pruske ziek in het weeshuis dus moest die met ons mee, om naar het ziekenhuis te gaan. We gingen terug bij de bananenboer ontbijten. We hebben allen 10000 chilling (5 euro) bij elkaar gelegd om Alvera te bedanken. Voor ons is dat niks, en voor haar is dat een half fortuin. Bij de bananenboer kregen we omelet met pannenkoek. Stevige kost!
Het was een lange rit terug, maar zo’n prachtige natuur! We stopten even aan lake Victoria. Prachtig!
Om 8uur ’s avonds kwamen we aan op de missiepost, juist gepast voor het avondeten. Witte kool, soep en rijst. Heerlijk om nog eens groenten te eten. Nadien namen we ons allen een douche, want dat was echt wel nodig. We zagen letterlijk zwart van het stof. Je kon onze haren rechtzetten.
En toen kroop ik mijn bedje in… want daar had ik nood aan.